BIJZIENDHEID
Als het oog te lang is of als het hoornvlies
en de lens de beelden niet goed scherpstellen, worden de lichtstralen
geconcentreerd vóór het netvlies. Dit betekent dat
een bijziend iemand alles dichtbij goed ziet, maar dat het vertezicht
niet scherp is.
In de westerse landen is ongeveer 30% van de mensen bijziend.
De bijziendheid zou tussen de leeftijd van 20 en 40 jaar gelijk
moeten blijven, maar door zwangerschap, computerwerk en systemische
ziekten kan de graad van bijziendheid veranderen.


Folder afdrukken 
|